BoltRead

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

by Charles de Coster

nl · ~700 min at 250 WPM

De legende van Uilenspiegel verhaalt het leven van Thijl Uilenspiegel, geboren in Damme tijdens de bloedige tijd van de Spaanse overheersing in de Nederlanden. Wanneer zijn vader Klaas door de inquisitie als ketter op de brandstapel wordt gebracht, draagt Thijl voortaan de as van zijn vader op zijn borst, die hem aanspoort tot wraak en strijd. Samen met zijn trouwe, levenslustige metgezel Lamme Goedzak en zijn geliefde Nele trekt hij door Vlaanderen en daarbuiten, als guit, opstandeling en geus, om mee te vechten voor de vrijheid van zijn volk.

Het boek is tegelijk een schelmenroman en een heldendicht in proza, waarin volkse spotlust, levensvreugde en bier zich mengen met verzet tegen tirannie en geloofsvervolging. De Coster verheerlijkt de Vlaamse geest, de vrijheidsliefde en het geweten van een onderdrukt volk. Uilenspiegel werd het symbool van de onsterfelijke vrijheidsdrang en geldt als een hoeksteen van de Belgische literatuur.

Read this book

How it begins

Charles-Theodore-Henri De Coster werd geboren te München, den 20 n Augustus 1827. Zijn vader was intendant van graaf Charles Mercy d’Argenteau, aartsbisschop van Tyrus, die peter des kunstenaars was en hem de markiezin Henriette de la Tour Dupin, vrouw van den Franschen gezant te Turijn, tot meter gaf. De kleine De Coster, een engeltje van een knaap, sleet dus zijne eerste levensjaren in het paleis van den aartsbisschop, midden in weelde, in bloemen, geliefkoosd door zijne ouders en zijnen peter. Zijn eerste opvoeding was dus zeer aristocratisch en die indrukken blijven gewoonlijk onuitwischbaar. Doch weinig tijds nadien verandert dit alles. Zijne ouders verlaten München en gaan naar Brussel, waar hun tweede kind ter wereld komt; dan sterft zijn vader te Ieperen, bij zijn broeder, die daar geneesheer was. Zijn moeder keert terug naar Brussel bij hare zuster en hare kinderen. Charles was reeds in eene kostschool te Etterbeek, waar „ik mij zal moeten schikken naar den wil van een ander”, zegt hij, „na zoolang mijn zin te hebben gedaan”. Als hij uit de kostschool komt, is het om in het „ Collège Saint-Michel ” te treden, waar men een oogenblik hoopte dat het kind, dat reeds de droomerijen boven de droge studiën verkoos, zich aan het priesterschap zou wijden.

Text from Project Gutenberg, public domain.