BoltRead

Engelsch woordenboek. Eerste deel: Engelsch-Nederlandsch

by K. ten Bruggencate

nl · ~2090 min at 250 WPM

Engelsch woordenboek. Eerste deel: Engelsch-Nederlandsch van K. ten Bruggencate is een tweetalig naslagwerk dat de Engelse woordenschat ontsluit voor de Nederlandse lezer. Het bevat duizenden trefwoorden met hun vertaling, voorzien van een zorgvuldig uitgewerkte fonetische transcriptie die klemtoon, klinkerlengte en uitspraak nauwkeurig aangeeft. De auteur verzamelde jarenlang opvallende woorden en uitdrukkingen uit romans, tijdschriften en andere werken, en bewerkte dit materiaal zelfstandig tot een gids die zowel voor school als voor huis en kantoor betrouwbaar wil zijn. Eigennamen, afleidingen en samenstellingen zijn ter plaatse opgenomen.

Het werk weerspiegelt het streven naar een handzaam maar toch volledig woordenboek dat een werkelijke leemte in Nederland moest vullen. Bruggencate hechtte groot belang aan een nauwkeurige, eigentijdse weergave van de beschaafde Engelse uitspraak, waarbij hij bewust conservatief bleef om de vreemdeling voor overdrijving te behoeden. Als zorgvuldig samengesteld en invloedrijk standaardwerk getuigt het van de Nederlandse traditie van degelijke lexicografie en blijft het een fascinerend venster op het taalonderwijs van zijn tijd.

Read this book

How it begins

1. Het — in den tekst staat in de plaats van het hoofdwoord; zoo een gedeelte hiervan tusschen haakjes staat, wordt dit laatste niet begrepen in het —. Voorbeeld: Acoustic(al) ; —-duct ; het — in —-duct staat daarom alléén in plaats van Acoustic , dus van het niet tusschen haakjes geplaatste. 2. Van afgeleide woorden is de uitspraak slechts opgegeven bij verschil met het hoofdwoord; de klem wordt, zoowel in de herspelling als in de niet herspelde woorden, door vette, de halve klem door gewone, en de rest van het woord door cursieve letter aangeduid; A nim a tive beteekent dus, dat de eerste a den hoofdklem, de tweede a den bijtoon heeft; de quantiteit van den klinker is als die van het hoofdwoord, tenzij anders opgegeven. 3. De noodige eigennamen zijn niet in eene afzonderlijke rubriek geplaatst, maar in het werk zelf opgenomen, en alleen desnoodig is de vertaling ervan opgegeven. 4. De woorden op eene r laten deze letter in de uitspraak vrij wel vervallen; alléén zoo door samenstelling of afleiding een vokaal op de r volgt, wordt deze letter weer gesproken; b.v. Jabber , dž a bə , maar: Jabbering , dž a bəriŋ . 5.

Text from Project Gutenberg, public domain.