De Wereld vóór de schepping van den mensch
Er was een tijd dat de mensheid nog niet bestond. In dit populairwetenschappelijke werk neemt Camille Flammarion de lezer mee terug door miljoenen jaren aardgeschiedenis, naar een wereld vóór de eerste mens. Hij schildert een aarde van woeste wouden, eenzame rivieren en sterrenrijke nachten zonder waarnemers, bevolkt door verdwenen reuzen: de logge mastodont, het ontzaglijke megatherium, de vliegende draken van de oerlucht en de zeemonsters Ichthyosaurus en Plesiosaurus. Geologische tijdperk na tijdperk ontvouwt hij hoe planten, dieren en klimaat voortdurend veranderden, lang voordat enige menselijke blik dit alles aanschouwde.
Het boek wil de duizelingwekkende ouderdom van de aarde invoelbaar maken en de korte menselijke geschiedenis in dat reusachtige tijdsperspectief plaatsen. Flammarion verbindt geologie, paleontologie en astronomie tot een meeslepend verhaal over schepping en vergankelijkheid. Door wetenschap met dichterlijke verbeelding te verweven, maakt hij de prehistorie toegankelijk voor een breed publiek en wekt hij verwondering over de grootsheid van de natuur en de bescheiden plaats van de mens daarin.
How it begins
Er was een tijd, dat de menschheid nog niet bestond. De aarde bood toen eenen aanblik aan, die geheel afweek van dien, welken zij thans aanbiedt. In de plaats van het verstandige, nijvere en werkzame leven, dat thans op hare oppervlakte heerscht; in de plaats van die bevolkte steden, dorpen en woningen, van die bebouwde akkers, die wijngaarden en tuinen, van die wegen, die spoorbanen, schepen, fabrieken en werkplaatsen; van die paleizen, tempels en monumenten; in de plaats van die voortdurende werkzaamheid, die tegenwoordig alle natuurkrachten aan zich dienstbaar maakt, in de diepten der aarde doordringt, de raadselen des hemels ontsluiert, de wonderen van het heelal bestudeert en de geheele geschiedenis der schepping in zich schijnt te vereenigen: bestonden er slechts woeste en ondoordringbare wouden, rivieren, die in de doodsche stilte stroomden tusschen eenzame oevers, nooit beklommen bergen, valleien zonder hutten, avonden zonder droomen, sterrenrijke nachten zonder waarnemers. Er bestond geen wetenschap en geene letterkunde; geene schoone kunsten en geene nijverheid; geene politiek en geene geschiedenis; geen taal, geen verstand, geene gedachte. In dien tijd waren de treur- en kluchtspelen van het menschelijk leven op aarde onbekend. Genegenheid en haat, liefde en nijd, deugd en boosheid, zelfopoffering, geestdrift en toewijding, in één woord alle hartstochten, die het stramien van het weefsel des menschelijken levens vormen, bestonden nog niet.
Text from Project Gutenberg, public domain.