BoltRead

De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 1 / Uit de 'ideen' verzameld

by Multatuli

nl · ~445 min at 250 WPM

De Geschiedenis van Woutertje Pieterse vertelt het verhaal van een ontwakende dichterziel temidden van de meest stuitende alledaagschheid. Wouter groeit op in een uiterst bekrompen, kleinburgerlijk Amsterdams milieu, waar platheid, zelfzucht en eigengerechtigheid hoogtij vieren. Tegen de verdrukking van zijn benauwde omgeving in ontwikkelt de jongen zich door den adel van zijn aanleg: telkens ontvlucht hij het ouderlijk huis om te droomen bij slooten en molens, ontdekt hij de romantische boekenwereld, vindt hij Femke en de liefde, en uit al die sensaties wordt zijn ideaal Fancy geboren. Rondom hem schetst Multatuli met scherpe humor de tegenstellingen tusschen ware menschelijkheid en holle deftigheid, tusschen huize Pieterse en de wereld van Vrouw Claus.

Het werk is een onderdeel van Multatuli's Ideen en weerspiegelt in dieperen zin het leed, de droomen en den innerlijken strijd zijner eigen kinderjaren. Voor het eerst schetste een Nederlandsch schrijver den ontwikkelingsgang van een kind als kunstwerk: niet buiten de werkelijkheid, zooals Rousseau of Bernardin de St. Pierre, maar midden in het leven. Het toont hoe een zuivere, groeiende ziel de knellende vormen van conventie en bekrompenheid bestemd is te verbreken, en blijft daarmee een aangrijpend pleidooi voor goedheid, waarheid en schoonheid.

Read this book

How it begins

In de eerste jaren na 1860 heeft Multatuli zijn lezende en denkende landgenooten in heftige beroering gebracht: door de Max Havelaar , door zijn geschrift Over vrijen-arbeid in Nederlandsch-Indië en door zijne Minnebrieven wekte hij geestdrift eenerzijds, sterke afkeuring andererzijds door zijne excentrieke persoonlijkheid. Voor den groeienden kring zijner aanhangers begon hij in 1862 zijne Ideen uit te geven. Deze verschenen op ongezette tijden per vel druks in een lossen omslag, dien M. als correspondentieblad met zijne lezers en lezeressen gebruikte. Zoodoende kreeg hij voeling met zijnen lezerskring. De strijd om recht te verkrijgen voor den Javaan werd verruimd tot een “strijd tegen Droogstoppelarij in alle beteekenissen”: “Ik trek te velde tegen al wat op zedelijk, maatschappelijk en staatkundig gebied klein, gemeen, bekrompen of benauwd is”, verklaart M. in I. 403. En dit deed hij—schrijvende naar den indruk van het oogenblik—in kernachtige spreuken en prikkelende paradoxen, in parabelen en betoogen, soms zangerig en dichterlijk van taal, dan weer vlijmend scherp van toon. M. leefde voor en in zijn geestelijken strijd. Hij was vol moed en vervuld van hoop, toen zijne Ideen bij velen insloegen. Maar nieuwe denkbeelden dringen tot de groote hoop, ook tot die der intellectueelen uiterst langzaam door: ondanks een groeienden kring van geestverwanten lieten werkelijke hervormingen op zich wachten. En dit maakt geestelijken strijd zoo ontmoedigend. Deze ontmoediging heeft M.

Text from Project Gutenberg, public domain.