Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer / En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene beschrijving van dat rijk
In 1653 lijdt het jacht de Sperwer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie schipbreuk voor de kust van het eiland Quelpaert. Boekhouder Hendrik Hamel van Gorkum en zijn overlevende kameraden worden gevangengehouden in Korea, een rijk dat zich destijds volledig afsloot voor vreemdelingen. Dertien jaar lang verblijven zij in het land, tot Hamel met enkele lotgenoten weet te ontkomen naar Japan. Zijn journaal beschrijft hun ontberingen en avonturen, maar ook de zeden, het bestuur en de bewoners van dit voor Europa onbekende land.
Hamels relaas geldt als het eerste uitvoerige en betrouwbare ooggetuigenverslag over Korea en bleef ruim twee eeuwen het enige in zijn soort. Het boek raakt aan thema's van overleving, ballingschap en de botsing tussen culturen. Tegelijk getuigt het van het Nederlandse aandeel in de vroege "ontdekking" van een gesloten rijk, en blijft het een waardevol historisch en volkenkundig document.
How it begins
Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van 1653–1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige rijk en zijne bewoners. Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van Hamel’s “Journaal” de aandacht op het werk van dezen landgenoot te vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot de uitvoering van die taak was overgegaan.
Text from Project Gutenberg, public domain.