Andersens Sproken en vertellingen / Morgenrood
Andersens sprookjes en vertellingen, hier samengebracht in een volledige Nederlandse bewerking van Titia van der Tuuk, bundelt het beste werk van de Deense meester van het sprookje. De verzameling opent met «Het leelijke jonge eendje», waarin een eend op een oud kasteel haar eieren uitbroedt en één jong anders is dan de rest: groter, lelijker, overal verstoten. Naast dit beroemde verhaal vindt de lezer talloze andere vertellingen, naïef en roerend, vroolijk en somber, schalksch en sarcastisch, maar altijd levendig en fris. De uitgave is verlucht met gravures van Dalziel naar teekeningen van Bayes.
Het sprookje, zo betoogt het voorwoord, leeft in het hart van het kind en blijft zijn invloed uitoefenen lang nadat de jeugd voorbij is. Andersen schrijft voor arm en rijk, voor eenvoudigen en ontwikkelden, en ieder leest er iets anders in. Zijn verhalen spreken tot de verbeelding én tot het gemoed, prikkelen tot nadenken en bevorderen de zelfstandigheid van het oordeel. Daarin schuilt hun onverwoestbare, steeds opnieuw verjongende kracht.
How it begins
Misschien is er geen vorm van letterkunde, die in alle kringen der maatschappij zoo zijn invloed doet gelden als het sprookje. Arm en rijk, aanzienlijken en geringen, ontwikkelden en eenvoudigen van geest raken even gemakkelijk onder de bekoring, die er van het sprookje uitgaat, en ofschoon allen het lezen in dezelfde woorden, ziet ieder er wat anders in. Is dat de fout van het sprookje? Moeten we het fantastische vertelsel onthouden aan de naar bevrediging hunkerende verbeelding van onze kleinen, omdat zij er niet alles uithalen, wat er in zit? Maar verbied ze dan ook, hun blikken op te heffen tot den sterrenhemel! Zij weten immers niet, dat die «lichtjes» daarboven werelden zijn. Onweerstaanbaar echter worden de kinderen tot het uitspansel aangetrokken; maan en sterren, zon en wolken, regenboog en bliksem spreken tot hun verbeelding, ja, maar ook tot hun gemoed! Geen moeder, die haar kroost kent en dit ontkennen zal. En zoo is het ook met het sprookje. Het sprookje leeft in het hart van het kind, en het blijft leven en zijn invloed uitoefenen, lang nadat de jeugd is voorbijgegaan. De belangrijkste en vaak de schoonste producten van de letterkunde zijn daar, om het te bewijzen. Sla Goethe, Heine, Wieland, Schiller, Carlyle, Byron, Richepin, Victor Hugo—ik doe maar een greep op goed geluk af—op, en overal merkt ge het sprookje.
Text from Project Gutenberg, public domain.