BoltRead

Beknopte Geschiedenis van Friesland in Hoofdtrekken

by W. Eekhoff

nl · ~625 min at 250 WPM

Beknopte Geschiedenis van Friesland in Hoofdtrekken biedt een toegankelijk overzicht van bijna tweeduizend jaar Friese geschiedenis, van de tijd vóór onze jaartelling tot het midden van de negentiende eeuw. W. Eekhoff, archivaris van Leeuwarden, bewerkte het werk uit talloze vroegere en latere bronnen tot een bevattelijk handboek voor zijn landgenoten. Hij schildert de lotgevallen van de Friezen, een stam die zich te midden van de grote volksverhuizingen staande hield, zijn grond behield en zich uitbreidde van het Vlie tot aan de Schelde, terwijl haast heel Europa van bewoners wisselde.

De rode draad is de opmerkelijke standvastigheid van het Friese volk, dat Eekhoff als de eigenlijke voorvader van de Nederlanders presenteert—historisch waarachtiger dan de poëtisch verheerlijkte Batavieren. Het boek ademt liefde voor het vaderland en eerbied voor zijn gedenktekenen, en wil de historische zin onder de lezers wekken. Het blijft van belang als vroege, gedegen poging om de Friese geschiedenis voor een breed publiek te ontsluiten.

Read this book

How it begins

„Van waar mag het toch zijn, vraagt de Geschiedvorscher, dat de Nederlanders zich zoo vaak op de Batavieren beroepen, als op hunne Voorvaders, uit wier bloed zij zeggen gesproten te zijn, daar zulks historisch betwistbaar is? Wel waren zij de vroegste en meest beroemde bewoners van een voornaam gedeelte des lands, maar onze eigenlijke voorvaderen waren zij niet.—De Batavieren verdwenen uit de Geschiedenis.—Zoodanig was het niet met de Friezen. Boven vele andere Europesche volken hebben zij dit vooruit, dat zij niet zijn ondergegaan bij die geweldige omkeering der volken. Immer behielden zij den reeds lang ingenomen grond, toen bijna alle landen van Europa van bewoners verwisselden. Hier woonde de stam, welke zich staande hield, te midden dier groote Europesche beroering, en hare plaatsen aan geene andere inruilde. Zij echter breidde zich verder uit, van het Vlie tot aan de Schelde; en altijd hier stand houdende, is uit haar het nageslacht voortgesproten, dat immer deze landen bewoonde. Meer dan Batavieren en Kaninefaten noemen wij, Nederlanders, daarom de Friezen eigenlijk onze vaderen; dat heldhaftige geslacht, hetwelk voor de teregt vereerde Batavieren niet onderdeed; over wier naam wel is waar geen zoo poëtische gloed ligt, als over de Batavieren, maar meer historische waarheid; die daar staan te midden der volksberoeringen en overstroomingen, als de krachtige eik in het woud, die de stormen tart en door den stroom der wateren niet ontworteld wordt.

Text from Project Gutenberg, public domain.