Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid
In den zomer van 1887 verzochten de Erven F. Bohn aan J. G. Schlimmer om een nieuw klassiek woordenboek te bewerken, in het bijzonder bestemd voor leerlingen aan de Nederlandsche gymnasiën — beknopter en goedkooper dan het bekende werk van Lübker. Samen met zijn ambtgenoot Dr. Z. C. de Boer verdeelde hij den arbeid: het een nam het Romeinsche deel en de geheele geografie der oude wereld op zich, de ander het Grieksche gedeelte met de mythologie en godenleer. In honderden alphabetisch gerangschikte artikelen behandelt het boek landen, steden, families, wetten, keizers en begrippen uit de klassieke oudheid, telkens kort en gericht op wat de scholier werkelijk zou opzoeken.
Het werk weerspiegelt de praktische gymnasiale traditie van de negentiende eeuw, waarin het gemak van den gebruiker boven volledigheid ging. Doordachte keuzen — de Latijnsche spelling en lettervolgorde, het vermijden van lange monografieën, het vermelden van hedendaagsche plaatsnamen — maken het tot een helder naslagwerk. Het toont hoe men de antieke wereld toegankelijk wilde maken voor jonge lezers en beoefenaars der klassieke letterkunde.
How it begins
In den zomer van het jaar 1887 wendden De Erven F. Bohn zich tot mij met de vraag, of ik de bewerking op mij wilde nemen van een nieuw zoogenaamd klassisch woordenboek, meer in het bijzonder bestemd voor leerlingen aan de nederlandsche gymnasiën, van minderen omvang en lageren prijs dan het bekende werk van Lübker en ook dan de nederlandsche bewerking daarvan door wijlen Mr. J. D. van Hoëvell, omstreeks 30 jaar geleden bij den heer Braat te Dordrecht verschenen. Alleen durfde ik echter deze taak niet op mij te nemen en ik verzekerde mij dus van de hulp van mijn ambtgenoot Dr. Z. C. de Boer, die zich bereid verklaarde den arbeid met mij te deelen. J. G. Schlimmer. Waaraan dit woordenboek zijn ontstaan verschuldigd is, is in bovenstaande regelen medegedeeld. Er blijft nog over, rekenschap te geven van de bewerking. Het boek was in de eerste plaats bestemd voor de gymnasiën, doch het belang van de uitgevers bracht mede, dat het debiet niet uitsluitend daartoe wordt beperkt, maar dat het boek ook geschikt zou wezen voor beoefenaars der klassieke letterkunde en der oude geschiedenis, ook buiten het gymnasiaal onderwijs staande. Met het oog op het hoofddoel kwam het ons voor, dat wij zooveel mogelijk lange monografieën moesten vermijden en wel in het oog moesten houden, met welk doel een gymnasiast een artikel zou opslaan. Wanneer hij b.v.
Text from Project Gutenberg, public domain.