BoltRead

Lord Lister No. 0336: Een avontuur in Alaska

by Kurt Matull

nl · ~90 min at 250 WPM

Maandenlang heerste in het Alaskaanse gehucht Cedar Tree, aan de rivier de Tanana, een strenge winter, tot het weer plotseling omsloeg en de lente onstuimig losbarstte. In de houten gevangenis aan de rand van het dorp zit Dolly Patterson opgesloten, samen met Pat O'Kelly en enkele anderen. Vol haat broedt zij op wraak tegen de Engelse sportlieden en hun reusachtige metgezel die haar bende — na de ontvoering van de jonge Jessie Barry en de dood van haar minnaar Mike Penalty — bij Pine Creek hebben overmeesterd en aan de politie uitgeleverd. Vastbesloten te ontsnappen, smeedt zij haar plannen, terwijl meesterdief Lord Lister en zijn vrienden in de buurt verwikkeld raken in het conflict.

Dit verhaal verbindt het klassieke avonturenstramien van de Lord Lister-reeks met de ruwe, romantische sfeer van de Amerikaanse grens: pelsjagers, goudzoekers en de meedogenloze natuur. Centraal staan wraak, liefde en gerechtigheid, en de morele dubbelzinnigheid van een "edele boef" die de zwakkeren beschermt. Als populair feuilleton uit het begin van de twintigste eeuw toont het hoe Europese lezers verlangden naar exotische verten en avontuur, en het blijft een charmant tijdsbeeld van vroege pulpliteratuur.

Read this book

How it begins

Maanden achtereen was de thermometer niet boven de veertig graden onder nul gekomen, en de opbrengst aan vellen van hermelijnen, blauwvossen, bevers, beren en andere pelsdieren, was buitengewoon groot geweest, terwijl het bont van uitstekende kwaliteit was geweest. Maar eensklaps, toen men reeds April schreef, was het weder omgeslagen en uit het Zuiden woei luwe wind, die de sneeuwlaag snel deed smelten, en de rivieren buiten hun oevers deed treden, die het overvloedige smeltwater van de bergen bijna niet konden verzwelgen. Het was plotseling Lente geworden, en zoo vlug was het gegaan, zoo warm was het geworden, dat men zich in een tropisch klimaat zou wanen. Nog nimmer hadden de ruwe bewoners in deze barre streken iets dergelijks beleefd. Overal schoten de voorjaarsbloemen uit den bodem, die nog pas weinige dagen geleden met een decimeter dikke laag sneeuw was bedekt, de twijgen van de sparren en dennen botten uit, en een zoete geur vervulde de heerlijk blauwe lucht. Op de heuvels en de bergen lag nog sneeuw, maar in de dalen bloeide en groeide het reeds, en wild bruischend stroomden de rivieren, terwijl de vele watervallen zich met donderend geweld van de hooge rotsen stortten. De sleden werden opgeborgen, en men begon de paarden uit de stallen te halen, die des winters een gemakkelijk leventje hadden, daar dan hun werk door de sterke trekhonden werd gedaan.

Text from Project Gutenberg, public domain.